Mijn Reis

Ik sta bij de bushalte en ik sta vastgenageld aan het perron. Het miezert.

Er zijn al zeker drie bussen voorbijgereden die mij hadden kunnen brengen naar waar ik moet zijn. Ik begin zo met werken. Maar ik beweeg niet.

Mijn voeten blijven staan waar ze staan, mijn adem stokt ergens halverwege. Ik weet niet of ik nog door wil gaan. Niet dat ik overweeg om voor de bus te stappen in plaats van erin — zo donker is het niet. Maar de vraag welt op, zacht en pijnlijk helder: Waar vecht ik eigenlijk nog voor?

Misschien moet ik het maar accepteren. Dit leven. Een baan die niet de mijne is, een lichaam dat me niet past, en liefde… die bestaat voor mij alleen in boeken. Dus misschien moet ik het gewoon uitzitten. Volgende ronde beter.

En precies dan — op dat grijze, stille moment — gebeurt het. Er breekt iets open vanbinnen. Geen gedachte. Geen inzicht. Een rauwe oerkreet, vanuit de diepte van mijn ziel: “Hier ben ik niet voor gekomen!

Dat is het keerpunt. Nu weet ik: dit was het begin van de reis van mijn leven.

Er komt een bus aan. Hij stopt. Een collega loopt langs, groet me, stapt in. “Kom je?”

Ik aarzel. En ik zet mijn eerste stap. De bus in. Mijn toekomst in.

Als je je herkent in mijn verhaal, weet dan: je bent niet alleen. En misschien is dit wel jouw eerste stap.

Als je daar bent… dan kom ik naast je zitten.

Voel je welkom om contact op te nemen. Ik luister graag naar jouw verhaal.